De foodgast die een flessentrekker bleek te zijn

Ede mag dan de ambitie hebben om een toonaangevende internationale foodstad te worden, in de praktijk functioneert ons heidedorp hooguit als dependance van Wageningen, of meer precies: Wageningen University and Research (WUR).

Immers wie in het buitenland iets wetenschappelijks met voedsel, landbouw of ecologie doet, komt altijd in Wageningen uit. Deze universiteit heeft zich de afgelopen jaren flink opgestuwd in de vaart der volkeren. Tal van internationale gasten reizen voor studieprogamma’s, conferenties en onderzoek naar Wageningen af. Deze mensen hebben natuurlijk ook een – veelal tijdelijk – verblijf nodig, en daarin kan Ede dan mooi bijspringen.

Zo ontvingen we de afgelopen jaren al heel wat WUR-gasten in onze Edese b&b. De meeste van deze gasten zijn supertevreden over hun verblijf en waarderen dat met gemiddeld een 8,7. Daar zijn we best blij mee. Natuurlijk kun je als accommodatie niet alles voor iedereen zijn en elke hospitality-ondernemer weet: 80% van de gasten is tevreden en 20% boekt de volgende keer iets anders. Ongeveer 2-3% zijn probleemgasten die je liever kwijt dan rijk bent. Dat zijn mensen die de rekening niet betalen, je inventaris vandaliseren of op een andere manier misbruik maken van je gastvrijheid.

Toevallig hadden we afgelopen maand zo’n probleemgast in huis die we – voor het eerst, want zoiets is in de hospitality echt het allerlaatste middel – de deur hebben moeten wijzen omdat hij de inmiddels hoog opgelopen rekening niet wilde betalen en telkens met nieuwe smoezen, uitvluchten en leugens kwam.

Zo’n gast noemen we ook wel een flessentrekker of oplichter, waarbij de juridische betekenis van deze termen niet persé overeenkomt met de maatschappelijke, want in de praktijk komen dit soort wanbetalers er gewoon mee weg, tot ergernis van de hardwerkende burger met rechtsgevoel. Ook bij ondernemers zoals wij die met heldere overeenkomsten en (betalings)voorwaarden werken. De politie wil in zo’n geval namelijk geen aangifte opnemen en ziet het als een puur civiele zaak. Alsof ‘een geschil over de rekening’ hetzelfde is als misleiding of vertrekken zonder te betalen. Je heb dus het nakijken, want een incassoprocedure opstarten heeft bij een internationale gast geen enkele zin.

Onze foodgast Ed arriveert uit Ghana

Onze wanbetaler – ik noem hem Ed, naar de lichtgestoorde hyena uit De Leeuwenkoning die lachend in zijn eigen poot beet – was 38 en kwam uit Ghana. Hij had een officiële brief op zak die door Ingrid Hijman, hoofd van het Student Service Centre van de WUR, was ondertekend. Daarin stond dat hij was toegelaten tot het masterprogramma ‘Organic Agriculture’ dat op 1 september zou beginnen. Dan denk je: ‘Mooi, hij is al door de WUR gescreend, hij komt hier met een doel.’ Hij had per e-mail laten weten bij aankomst meteen te zullen betalen en elke dag naar de campus te gaan.

Nu is het zo dat we studenten die voor een langere periode naar Wageningen komen altijd adviseren om zich ook in te schrijven bij huisvester Idealis. Een b&b of shortstay is dan een relatief dure optie en hooguit geschikt als overbrugging naar een reguliere kamer. Maar Ed vond dat niet nodig, hij stond er op om voor drie maanden, tot eind juni, bij ons te boeken. Ik vroeg nog: ‘Weet je het zeker?’ maar hij wist het zeker. Hij vroeg wel om een gereduceerd tarief voor WUR-studenten en daarin zijn we hem (deels) tegemoet gekomen.

De eerste dagen en weken met Ed waren positief. Het was een voorkomende, beleefde man. Hij leek zich prima thuis te voelen en vertelde veel over Ghana en over zijn familie. We boden hem een luisterend oor.

Maar in de loop van zijn verblijf begon dat beeld te kantelen. Het begon ermee dat hij, in tegenstelling tot wat hij ons had gemaild, niet meteen bij aankomst afrekende. Hij had maar een paar honderd euro kunnen pinnen en vroeg of hij de rest van zijn reservering per bank kon betalen. Op zich is dat geen enkel probleem, maar ik zei er wel meteen bij: ‘Internationale overschrijvingen vanuit Afrika kunnen zo 7-10 dagen in beslag nemen. Tot je overschrijving binnen is moet je je verblijf gewoon contant afrekenen.’ Die zakelijkheid is wel nodig. Als we iets niet willen dan is het gasten achter de broek zitten; ze zijn zelf verantwoordelijk voor de tijdige betaling van hun verblijf.

Al snel bleek dat Ed niet dagelijks naar de universiteit ging zoals hij had gezegd, maar de hele dag op zijn kamer hing. Hij kwam er alleen uit om te douchen en joeg er dan meer water en energie doorheen dan ons hele gezin bij elkaar. Hij vond de badkamer van 12 vierkante meter aan de kleine kant. ‘In Ghana hebben we hele grote badkamers,’ beweerde hij. Ik vertelde hem dat een kennis van mij op dit moment in Accra openbare toiletten en douches bouwt omdat het gros van de bevolking nog geen stromend water heeft. Soms zijn de cultuurverschillen binnen een Afrikaans land groter dan erbuiten. 😉

Ed is een rijke bankier, maar kan/wil niet betalen

Maar de tijd verstreek en de bankbetaling kwam maar niet binnen. Eerst zat er een foutje in het IBAN-nummer en kwam de betaling terug. Daarna werd een nieuwe opdracht niet goed verwerkt, volgens Ed omdat het hoofdkantoor van zijn bank de tweede betaling had geblokkeerd zonder hem dat te melden. Het kwam uiteindelijk allemaal door de bankencrisis in Ghana dat het niet zo soepel liep en daar kon hij niets aan doen. Maar hij wilde zijn verblijf intussen ook niet contant betalen, want op pinnen zat een hoge commissie en dat vond hij te duur. Wel had hij geld om spullen, eten en treintickets te kopen.

We hoefden ons geen zorgen te maken, zei Ed, want hij was in Ghana jarenlang bankier geweest, een prijswinnende boekenschrijver, en de trotse voorzitter van de Nationale Leesclub. Bovendien was hij nu CEO van een groep eigen agrarische ondernemingen. In Accra woonde hij in een grote villa en hij had thuis een auto met privéchauffeur. Hij liet ons trots zijn ondernemingsplan zien, met een jaaromzet van enkele miljoenen US dollar. En had hij al gezegd dat zijn vader directeur van de nationale bank van Ghana was geweest en een persoonlijke vriend van de president, en dat hij zelf innige relaties onderhield met de ambassadeur van Nederland in Ghana? Zijn impliciete boodschap: ‘Je kunt me vertrouwen, ik ben een belangrijk man.’ Het was duidelijk dat we hier met een echte VIP te maken hadden. En dat in onze nederige b&b in Ede!

Maar zijn geruststellingen hadden op ons eerder een averechts effect. Het riep juist vragen op. Waarom probeert een bemiddelde zakenman die in zijn eigen land tot de upper class behoort bij ons het studententarief te claimen? Ik had hem toch uitgelegd dat dat echt bedoeld is voor studenten die van een beurs of lening moeten rondkomen? Voor ons als b&b zit daar nauwelijks een marge op, we bieden deze reductie vanuit sociaal engagement. En hoe kan het dat iemand die als bankier echt wel weet hoe de hazen lopen en met grote regelmaat de wereld over reist, zijn financiële verplichtingen niet snel en adequaat nakomt? Hij weet toch van tevoren dat hij een accommodatie moet betalen en dat er een commissie op bankopnames zit? Waarom doet een rijkaard daar zo moeilijk over? Kloppen zijn verhalen over het stroperige bankwezen wel? Iemand met zijn topnetwerk in het bankwezen heeft dat toch zo geregeld of vlot getrokken? De tegenstrijdigheden drongen zich steeds meer op.

Tijd voor een harde deadline: wat gaat Ed doen?

Omdat Ed nog steeds niet had betaald en ons, inmiddels een volle maand verder, maar aan het lijntje bleef houden, besloten we zijn creditcard te belasten. Maar dat lukte niet, want het betrof een (prepaid) debitcard. Dit zijn kaarten waarvan op ons reserveringsformulier expliciet staat vermeld dat we deze niet kunnen accepteren voor een reservering. Je kunt ze namelijk alleen belasten als de gast er zelf geld op zet, en dat had Ed niet gedaan. We confronteerden Ed ermee dat hij een kaart had gebruikt waarvan hij wist dat die niet geldig was. Zijn antwoord overtuigde ons niet en we maakten nogmaals duidelijk dat hij nu echt over de brug moest komen, dat het anders wat ons betreft einde oefening was. Hij stelde toen voor dat hij naar Schiphol zou gaan om zijn bankzaken te regelen en ons op maandag 29 april om 18:00 uur, drie dagen later, contant zou betalen. Ik vertelde hem dat dit wat ons betreft echt een keiharde deadline was.

Die maandag op de afgesproken tijd was Ed nergens te bekennen. Om 20:00 kwam hij thuis en stoof meteen door naar zijn gastenkamer. ‘Misschien frist hij zich eerst even op,’ zei mijn vrouw. ‘Hij zal zo wel komen. Afrikaanse tijd hè. Geef hem een half uur.’ Maar hij kwam niet. Toen ik naar hem toeging bleek hij het geld niet te hebben, en uit zijn houding bleek dat hij ook weinig zin had in een moeilijk gesprek hierover. Hij had wel een nieuwe uitvlucht: hij wilde nu eerst een Nederlandse bankrekening openen, en dan zou hij daarna alsnog het geld overmaken.

Op dit punt was het voor ons wel duidelijk dat hij bezig was ons te belazeren. Ik zei: ‘Ed, het is klaar. Je pakt nu je spullen bij elkaar en vertrekt.’ Hij voelde dat het menens was en zei: ‘Ik kan met mijn bankkaart maximaal € 400 per dag pinnen. Kan ik je nu € 400 betalen?’ Ik zei: ‘Mooi is dat. Waarom heb je dat de afgelopen maand dan niet gedaan? Je hebt ons al die tijd aan het lijntje gehouden. Dan wil ik wel dat je NU METEEN naar de pinautomaat gaat en dat geld op tafel legt. En dan ga je morgen weer, en overmorgen weer, net zo lang tot de rekening is betaald.’

Ed zei ‘ja’, maar deed ‘nee’. Terwijl wij met kromme tenen van irritatie zaten te wachten, maakt hij geen enkele aanstalten om weg te gaan. Toen ik na drie kwartier poolshoogte nam, zat hij met iemand aan de telefoon te overleggen. Hoewel het nog licht was, was het volgens Ed nu opeens te donker en ook te koud om naar de pinautomaat te lopen. Als gastheer probeer je in zo’n bloed-onder-de-nagels-situatie toch altijd beleefd te blijven, maar ik was er nu echt klaar mee en liet hem merken dat ik pislink was. ‘Je gaat nu als sodemieter naar de pinautomaat, anders bel ik de politie om je eruit te laten zetten!’ Ed koos eieren voor zijn geld en verdween. Mijn vrouw had uit voorzorg de huisdeursleutel al opgeborgen en manoevreerde hem ferm naar buiten. ‘Tot zo dan,’ zei ze.

Dat ‘zo’ werd een half uur. En toen een uur. En toen twee uur. Mijn vrouw belde hem op en gaf aan dat hij nu beter kon komen opdagen, dat het onderhand bedtijd was en ze anders het nachtslot er op zou doen. Maar Ed kwam niet. Of toch wel. Om één uur ’s nachts stond hij opeens voor de deur en belde ons uit bed. Ik zei niets en zweeg. Hij keek mij aan en zweeg ook. Ik wachtte. Hij ook. Toen zei hij: ‘Ik dacht dat jullie al naar bed waren.’ Ik zei: ‘Dat is ook zo, en het is me een raadsel waarom je vier uur wegblijft terwijl de pinautomaat 5 minuten hier vandaan is. Heb je de betaling bij je?’ Hij begon weer te draaien. Nogmaals vroeg ik: ‘Heb je het geld gepind? Daar kun je gewoon JA of NEE op antwoorden.’ Hij zei: ‘Nee, m’n bankpas deed het opeens niet meer.’ Ik zei: ‘Dan slaap jij vannacht ergens anders’ en ging weer naar binnen.

Ed belt de politie en belandt bij het Leger des Heils

Maar Ed ging niet weg. De snuggerd belde zelf de politie. De gearriveerde agenten maakten hem meteen duidelijk dat ze zich er niet mee zouden bemoeien. ‘Dit is geen zaak voor de politie, het is civiel. Deze mensen hoeven je er niet meer in te laten, dan had je maar gewoon moeten betalen.’ ‘Maar waar moet ik vannacht dan slapen,’ jammerde Ed. ‘Ga maar naar een hotel,’ adviseerde de politie. ‘Maar hoe kom ik daar dan, kunnen jullie me niet even brengen?’ De agent bitste terug: ‘Wat denk je zelf, dat de politie een taxi-centrale is?’

Ed verdween in de nacht. Zijn spullen heeft hij niet afgehaald. Op donderdag werden we gebeld door de politie. Ed had zich op het bureau beklaagd dat we hem dakloos hadden gemaakt. Hij zou op een bankje bij de bushalte hebben geslapen en in de bibliotheek van de WUR. De politie had hem nu doorgestuurd naar de nachtopvang van het Leger des Heils. De agent informeerde of we misschien toch nog een poging zouden kunnen doen er met elkaar uit te komen.

Eerlijk gezegd verbaasde het ons wel dat Ed niet hoog en droog in een hotel zat. ‘Zou hij het veinzen?’ vroeg mijn vrouw zich af. ‘Ik merk dat ik alle vertrouwen kwijt ben’. Ik geloofde er ook niets van: een zogenaamd ervaren bankier die een maand lang niet bij z’n geld kan komen? Of hij is niet wie hij zegt te zijn, of hij is het wel en belazert de kluit. Als het daklozenverhaal wel klopt, is het in ieder geval een goede les in nederigheid, eerlijkheid en je verantwoordelijkheid leren nemen.

In mijn journalistieke werk heb ik met regelmaat over allerhande charlatans geschreven. Je hebt ze in twee soorten en maten: beroepsoplichters voor wie het een patroon is geworden om anderen voor zich te winnen en vervolgens te laten opdraaien voor hun (vaak luxe) levensstijl. En mensen die oplichtersgedrag laten zien vanuit zelfbedrog, emotionele beschadiging en/of persoonlijkheidsproblemen. Ze liegen omdat ze de confrontatie met zichzelf niet aankunnen. Onze Ed zit (denken we) in de laatste categorie.

We besloten een bezoekje te brengen aan het Leger des Heils. Daar hoorden we dat Ed met een heel zielig verhaal binnen was gekomen. Wij hadden hem keihard op straat gezet, terwijl hij ons als zijn eigen vader en moeder beschouwde. We hadden hem, een VIP uit Ghana, tot een straatkind gemaakt. Klappertandend had hij op een bankje bij de bushalte gelegen, en hij was bijna doodgegaan, ware het niet dat een Barmhartige Marokkaan hem een stukje cake had gebracht. Hij speelde zijn slachtofferrol met verve. Maar bij het Leger des Heils zijn ze dit soort types wel gewend. De maatschappelijk werkster confronteerde hem: ‘Je kunt wel vertrouwen eisen, maar je moet ook laten zien dat je dat vertrouwen waard bent, en dat doe je door gewoon te betalen wat je iemand schuldig bent.’

Weer kwam Ed met allerlei verhalen en de belofte om te betalen. Ik zei: ‘Ed, er is nu een onafhankelijke getuige bij. We mailen je zo een betaallink. Je hebt naar eigen zeggen een rijke familie en een uitgebreid zakelijk netwerk in je land. Er is vast wel iemand bereid om met zijn creditcard voor je te betalen en dat je dat later onderling verrekent. Als je echt betalingsbereid bent, kun je deze zaak nu real-time oplossen.’ Hij ging akkoord. Maar we waren nog niet thuis of mijn vrouw ontving een e-mail vol beschuldigingen van Ed. We hadden met hem heel Afrika verraden en zouden ons daarvoor moeten verantwoorden. Hij zou de ambassade van Ghana inschakelen. En nee, hij wilde niet betalen.

De WUR houdt wanbetalers de hand boven het hoofd

Gelukkig hebben we dit soort gasten niet vaak. Hooguit een of twee keer per jaar. Maar de meeste van deze dramaqueens en oplichters kwamen wel voor Wageningen University and Research. Nou zou je denken dat de WUR dit probleem wel onderkent en bereid is hierover open met een accommodatie het gesprek aan te gaan.

Helaas is het tegenoverstelde het geval. De afgelopen vier jaar hebben we bij herhaling gemerkt dat de WUR deze wanbetalers niet aanspreekt, maar juist de hand boven het hoofd houdt. Ze mogen bij het Student Service Centre ongebreideld leeglopen en hun beklag over onze accommodatie doen. De WUR checkt deze verhalen niet en biedt ons geen gelegenheid voor wederhoor. Gasten worden door de universiteit zelfs geadviseerd om hun rekening niet te betalen en hun wettelijke overeenkomst te negeren, wat een onrechtmatige daad is. Daarnaast boycot de WUR onze accommodatie.

Ondanks herhaalde pogingen van mijn kant om hierover open het gesprek aan te gaan, is de WUR hiertoe niet bereid gebleken. Afgelopen week nog meldden zowel woordvoerder Simon Vink als de eerder genoemde Ingrid Hijman dat zij deze kwestie niet willen bespreken. Hun internationale gasten hebben namelijk altijd gelijk, ook al belazeren ze plaatselijke ondernemers. De reputatie van de WUR is belangrijker dan eerlijkheid.

De WUR heeft de afgelopen jaren sterk ingezet op internationalisering, maar lijkt de essentiële bijdrage die plaatselijke hospitality-ondernemers leveren om hun gasten goed op te vangen niet erg te waarderen. Het is echt niet erg dat Ede in de Gelderse Food Valley een dependance is van foodstad Wageningen, maar we zijn natuurlijk niet het afvoerputje…

_____

UPDATE Juni 2019 – Verschillende lezers reageerden op deze longread met de vraag: ‘Zijn jullie niet te naïef geweest?’

Enerzijds natuurlijk wel, want we hebben Ed – met de kennis van nu – teveel het voordeel van de twijfel gegeven. Anderzijds hebben we best al wel de nodige controles en veiligheidsmarges ingebouwd, meer dan andere accommodaties die we kennen. Zo checken we gasten vooraf op wie ze zijn en wat ze komen doen. We bevestigen elke reservering en afspraak schriftelijk. Gasten die een week of langer blijven moeten een betalingsgarantie afgeven en tekenen voor onze algemene voorwaarden. Elke gast moet zich bij aankomst legitimeren en deze gegevens worden genoteerd voor het nachtregister. De afgelopen jaren hebben we al doende geleerd en zijn steeds beter geworden in het vooraf al screenen en weghouden van potentiële probleemgasten. Na elke negatieve ervaring evalueren we onze procedures en passen deze aan.

Na de ervaring met Ed hebben we bijvoorbeeld besloten om bij een meerdaags verblijf nog maar één dag uitstel van betaling te geven, en geen ongedekte reserveringen meer in te plannen. Met een kleine betaling van € 1 checken we of een creditcard daadwerkelijk belast kan worden, hoewel dat nog geen garantie is dat ook grotere bedragen kunnen worden afgeschreven.

Gastvrijheid is per definitie gunnend. We geven gasten dus altijd vertrouwen totdat het tegendeel (aantoonbaar) blijkt. Als je basishouding wantrouwen is, kun je beter niet in deze sector gaan werken. Je kunt pas ingrijpen op het moment dat de overtreding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Hoe ging het verder met Ed?

Met zijn vertrek waren we nog niet van Ed af. Het vervolg is bijna een verhaal op zichzelf, maar ik vat het nu beknopt samen.

Na zijn nacht bij het Leger des Heils is Ed naar Wageningen vertrokken om zich over ons te beklagen bij de Student Service Desk van de WUR en de Housing Desk Wageningen. Geen van beide clubs vonden het nodig om zijn verhaal bij ons te checken en geloofden Ed op zijn bruine ogen. Ze hebben hem zelfs geadviseerd hoe hij juridisch advies tegen ons kon inwinnen en zo snel mogelijk aan een nieuwe kamer kon komen. Ed nam vervolgens zijn intrek in een klein studentenhuis in Wageningen, waar een van de bewoners op Facebook zijn kamer in onderhuur had aangeboden.

Tegenover ons beweerde Ed intussen dat hij een week met longontsteking in Ziekenhuis Gelderse Vallei had gelegen omdat hij een nacht gedwongen buiten had moeten slapen. Een telefoontje naar het ziekenhuis was voldoende om deze mythe te ontkrachten.

Omdat Ed ook had beweerd dat hij op goede voet stond met Ron Strikker, de ambassadeur van Nederland in Ghana, en deze hem zijn visum had verstrekt, heb ik de ambassadeur een mailtje gestuurd om dit te verifiëren. Strikker reageerde geschokt en voelde zich door de situatie in verlegenheid gebracht. Hij drong er bij Ed op aan zijn rekeningen meteen te betalen. Maar Ed weigerde en sloeg zijn advies in de wind.

Intussen had Ed zijn bagage ook nog steeds niet afgehaald. Drie koffers, vier kussens en verschillende Jumbo-tassen met al zijn kleren, toiletspullen, etenswaren, zijn Bijbel (waar meneer de oplichter dagelijks in las) en een laptop stonden in onze opslag te verstoffen. Toen we hem een ultimatum stelden om zijn spullen af te halen, en dat we ze anders aan een goed doel zouden schenken, kwam Ed met een nieuwe troef: hij beweerde opeens dat hij drie laptops had en we konden er maar beter voor zorgen dat die er waren als hij zijn bagage kwam afhalen. Ook nu nog probeerde hij met een keiharde leugen voordeel op ons te behalen. Hij stond er ook op dat zijn bagage door politiehonden zou worden onderzocht op chemische verontreiniging. Onze Ed ging nu vol in aluhoedjes-overdrive. We hebben voet bij stuk gehouden en van hem geëist dat hij een eerlijke verklaring zou opstellen over de inhoud van zijn bagage en deze bij het afhalen zou tekenen. Uiteindelijk op 7 juni kwam Ed z’n zaakjes afhalen.

Tegen die tijd was ik er ook achter waar Ed nu woonde en wie zijn gastheer was. Toen ik deze student opbelde om hem op de hoogte te stellen dat hij een oplichter in huis had, bleek al snel dat Ed nooit een cent huur had betaald. Met dezelfde smoesjes als bij ons (‘bankproblemen’) had hij de betaling getraineerd. Omdat de politie had aangegeven dat er bij twee of meer gevallen van flessentrekkerij wél sprake is van een strafbaar feit waarvoor aangifte kan worden gedaan, besloten we om Ed gezamenlijk staande te houden.

Helaas kreeg Ed hier lucht van. Toen zijn gastheer van huis was pakte hij in allerijl zijn spullen en nam de benen. Nadat hij hem wel eerst had bestolen en uit wraak zijn woonkamer had ondergepist.

Ed is inmiddels het land uitgevlucht, terug naar Ghana. Na een uitgebreidere rondvraag blijkt hij meerdere mensen en organisaties te hebben gedupeerd.

UPDATE Augustus 2019 – Inmiddels is aangifte tegen Ed gedaan bij de politie. Niet dat we verwachten dat de hermandad nu opeens in actie komt, maar zo is er wel een dossier waar andere gedupeerden op kunnen voortbouwen.

Nu zou je denken dat Ed zich met een mogelijke strafvervolging in het vooruitzicht wel een tijdje gedeisd zou houden. Maar nee, hij vond het nodig om een website in de lucht te slingeren om de mensen die hij al had misbruikt ook nog online zwart te maken, met foto’s en al. Hij keerde de hele situatie om – de Wageningse studenten en wij waren de oplichters, en hij het heilige boontje. Omdat hij ons ook begon te bestoken met dreigmails en -appjes hebben we hem geblokkeerd.

Intussen ontvingen we berichten uit Ghana dat Ed ook daar mensen had opgelicht. Bij de Nederlandse ambassade had zich een onderwijzeres gemeld die meer dan 4.000 Amerikaanse dollar aan Ed had betaald (voor haar het equivalent van 16 maandsalarissen) voor een niet bestaand uitwisselingsprogramma in Nederland waarvan Ed wel even de visa en huisvesting zou regelen. Ed’s bank in Ghana meldde dat de overschrijvingsopdracht waarvan hij had beweerd dat die ‘onderweg’ was, door hemzelf in elkaar was gefröbeld. Het fraudedepartement van de bank heeft de zaak nu in onderzoek. Er zijn ook concrete aanwijzingen dat Ed heeft gefraudeerd met zijn universiteitsdiploma’s en referenties, iets wat door een andere Nederlandse universiteit (niet de WUR) werd ontdekt.

In de patronen en reflexen van Ed is duidelijk geworden dat hij mogelijk een (verborgen) narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft. In eerste instantie komt hij heel vriendelijk en bescheiden over, maar hij heeft een extreme behoefte aan status en erkenning. Als je hem aanspreekt op zijn oneerlijkheid draait hij om als een blad aan de boom, gaat in een gespeelde slachtofferrol zitten en wordt uiterst manipulatief en beschuldigend. Hierbij beroept hij zich op allerlei autoriteitsfiguren waarvan hij beweert dat die hem steunen, wat bij navraag niet zo blijkt te zijn. Ed is een pathologische leugenaar.

Je vraagt je af of en hoe dit soort mensen ooit nog weer op het rechte pad kan komen. In ieder geval zal hij verantwoordelijk worden gehouden voor zijn oplichtingspraktijken. Op verzoek van de Nederlandse ambassade is de politie in Ghana inmiddels naar Ed op zoek.

Advertenties