De roddelappjes van de ChristenUnie

In ons lommerrijke heidedorpje op de Veluwe wordt helaas ook heel wat geroddeld. Mensen zullen je zelden recht op de man af zeggen wat ze vinden, of wat hen dwars zit open bespreekbaar maken. Het gaat vaak omfloerst en achter je rug om.

Zo ontving ik onlangs van een van mijn contacten bij de ChristenUnie de screenshots van appjes die Cora Otter, lijsttrekker en fractievoorzitter van de ChristenUnie in Ede achter mijn rug om over mij verstuurt. Mijn contact had de integriteit om mij keurig om wederhoor te vragen en zo hoort het natuurlijk. Maar wat moet je daarmee?

Je kunt het natuurlijk negeren en accepteren dat het er gewoon bij hoort in de provincie. Ik kan persoonlijk wel wat laster en achterklap incasseren. Je schouders erover ophalen werkt vaak prima. Anderzijds… waarom laat een politiek leider, van een christelijke partij nog wel, zich op deze manier over mensen uit? Het ondergraaft indirect ook mijn werk als journalist. In Ede diskwalificeren bestuurders kritische journalisten en burgers wel vaker, wat op gespannen voet staat met het functioneren van een open democratie.

Daarom heb ik besloten de appjes openbaar te maken. Dat is ongemakkelijk, maar wel transparant en een duidelijk signaal: als je als bestuurder of volksvertegenwoordiger zo met mensen omgaat, houd er dan rekening mee dat dat een keer naar buiten kan komen en dat je ter verantwoording kunt worden geroepen. Ik hoop dat het binnen de ChristenUnie aanzet tot een eerlijke reflectie op de eigen bestuurscultuur, sinds vandaag weer een actueel thema. Hoe wil je als politicus met mensen omgaan? Wat is integriteit? Hoe houd je het vertrouwen van burgers in de politiek?

Het gaat om twee screenshots. Ik geef er puntsgewijs een toelichting en commentaar op.

1. Het Twitter-afscheid van Leon Meijer

Kort na de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart kondigde wethouder Leon Meijer, eveneens van de ChristenUnie, aan dat hij zijn twitterharp aan de wilgen heeft gehangen. Hij vindt het medium niet leuk meer. Fractieleider Cora Otter weet in haar appjes te melden dat ik één van de mensen zou zijn waarom hij is gestopt.

Dat is natuurlijk een dubieuze eer, vooral omdat Meijer “leugens en bedreigingen, soms zelfs met de dood” als een van de redenen voor zijn afscheid noemde, zaken waar ik mij verre van houd. Ik ben een kritische twitteraar die de wethouder af en toe het vuur aan de schenen heeft gelegd, maar altijd op de inhoud en met open vizier. De wethouder reageerde daar vaak top-down op met een sneer of een jijbak. Niet alleen bij mij, ook bij anderen. Hij lijkt te vinden dat hij alles goed doet en dat maatschappelijk debat daarover dus niet nodig is.

Otter doet alsof onze wethouder een zielig jongetje is die beschermd moet worden tegen de feedback of kritiek van andere twitteraars en bedient zich van een klassieke ‘blame the messenger’. Maar we hebben het hier wel over een wethouder die mag worden bevraagd op zijn beleid. Het kan natuurlijk zijn dat wij qua persoonlijkheden geen optimale match vormen op Twitter. Geen enkel probleem. Hij kan mij gewoon ontvolgen of desnoods blocken. Dan hoef je niet met een groots gebaar van Twitter te gaan en vervolgens in een slachtofferrol te gaan zitten en te suggereren dat je ‘de straat’ niet meer op durft.

Voor de goede orde: noch Meijer noch Otter hebben contact met mij opgenomen om bespreekbaar te maken wat hen blijkbaar dwars zit.

2. Mijn ‘suggestieve’ artikelen in de krant

Otter beschuldigt mij ervan “suggestieve, eenzijdige artikelen in de lokale kranten te schrijven.” Bijzonder, want ik werk pas sinds kort in een lokale journalistieke rol en heb op het moment van haar appjes precies 3 artikelen geschreven in één krant: Ede Stad. Ik daag haar uit om mij exact aan te wijzen wat er niet zou kloppen. Mijn artikelen komen namelijk met de grootst mogelijke zorgvuldigheid tot stand. Alles wordt grondig gefactchecked, er wordt waar nuttig of nodig hoor en wederhoor toegepast, en artikelen worden door meerdere journalisten gelezen voor ze in de krant komen. Als ik iets wezenlijks gemist heb, hoor ik dat graag.

Mijn artikel over tegenmacht was een eerlijke vergelijking tussen de verkiezingsprogramma’s van alle partijen. De ChristenUnie kwam hier positief uit. Maar volgens Otter was dat dus “suggestief en eenzijdig”? Mijn twee artikelen over het Edese warmtebedrijf Energie voor Elkaar waren ook grondig en feitelijk. Wethouder Meijer van de ChristenUnie, die energie in zijn portefeuille heeft, is hierin letterlijk geciteerd.

Ik vraag me af waarom de fractieleider van de ChristenUnie in Ede zo over de plaatselijke journalistiek spreekt. En waarom spreekt zij over mij in plaats van met mij? Ik sta voor mijn werk als journalist en ben volop aanspreekbaar.

3. Een sneer naar de politieke competitie

Waarom wordt mijn vrouw erbij gehaald in Otters roddelappjes? Dit is best wel onfatsoenlijk en grensoverschrijdend. Mijn partner vaart haar eigen koers en ik bemoei me daar niet tegenaan. We stemmen al jaren op verschillende partijen. Ze heeft zich voor de gemeenteraadsverkiezingen vanuit morele support kandidaat gesteld voor een groene en sociale lokale partij.

Als vertegenwoordiger van de gevestigde macht heeft Cora Otter niet zoveel op met nieuwe lokale partijen. Die zijn eigenlijk overbodig. Je kunt toch gewoon op de lokale ChristenUnie stemmen? Otter beweert dat de nieuwkomer “overal commentaar op heeft” en “alles beter gaat doen.” Zo komt die partij helemaal niet op mij over. Het zijn betrokken mensen die langs politieke weg de samenleving wat mooier willen maken. Als je niet de overtuiging hebt dat je iets toe te voegen hebt en misschien betere ideeën hebt, heb je in de politiek niets te zoeken. Dat lijkt me juist een pré. Zo is de ChristenUnie ook ooit begonnen.

Als journalist sta ik zelf boven – of beter gezegd: naast – de politiek. Ik onderhoud met alle partijen in Ede contacten. Ik laat me dus ook niet in een politieke hoek drukken. Heb ik gestemd? Ja. Ben ik politiek actief? Nee. Heb ik een persoonlijke mening? Ja, zie Twitter. Staat die mening in de krant? Nee. Ik vind die onafhankelijkheid belangrijk.

4. Bob de blocker

Otter beweert: “Marc is iemand die veel mensen blockt, vaak niet te volgen waarom.” Apart, mijn blockbeleid staat namelijk in mijn bio. Ik block alleen mensen die zich misdragen of heel activistisch opereren. Dat waren er in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen vrij veel. In meerderheid rechtsextremisten in het kielzog van nieuwkomer FvD Ede.

5. We lasteren nog even door

Otter rant nog even door over mijn artikelen: “Ik ben gestopt met Marc te volgen omdat ik er last van had dat zijn artikelen zoveel (aantoonbare) onwaarheden bevatten.” Dit is gewoon laster. Ik daag haar uit om met de “aantoonbare” bewijzen hiervoor te komen. Mijn drive als journalist is juist waarheidsvinding. Zo goed en zo kwaad als dat gaat. Want bedrijven met macht en wethouders zijn niet altijd even coöperatief en transparant als het gaat om waarheidsvinding.

6. Kijk mij eens rechtvaardig zijn

Otter “beschermt zichzelf” tegen mijn “onrechtvaardige stijl” en “gebruikt haar energie liever om het goede te zoeken.” Zelfrechtvaardigender en farizeïscher wordt het niet.

7. In gesprek met kritische burgers

Als mijn contact opmerkt dat je ook met kritische burgers beter in gesprek kunt gaan zegt Otter: “Doen we ook. Maar er kan een moment komen dat het ophoudt.” Voor de goede orde: Cora Otter is het gesprek met mij niet eens begonnen. Ze roddelt liever achter mijn rug om.

Heb je kritiek op wat ik tweet: ga het gesprek aan, dat mag van mij scherp en direct, dat ben ik zelf ook. Heb je kritiek op wat ik schrijf als journalist: prima, onderbouw je beweringen, toon aan waar ik fout zit.

Klacht bij het bestuur van de ChristenUnie Ede

De ChristenUnie in Ede is een machtspartij. Het is de tweede partij in de raad, waar geen enkele coalitie omheen kan. De positie die het CDA lange tijd landelijk had en die de VVD nu heeft, heeft de ChristenUnie in Ede plaatselijk. Leon Meijer, die nu voor een derde termijn gaat, is de langstzittende wethouder in het college, vergelijkbaar met de invloed van premier Mark Rutte in het kabinet. Voor mij een extra reden om dit open te gooien. Ook omdat bestuurders in Ede wel vaker menen plaatselijke journalisten en opiniemakers in een kwaad daglicht te mogen stellen en te betichten van ‘fake news’. Wie macht heeft hoort wel aanspreekbaar te zijn.

Eerst maakte ik de kwestie transparant bespreekbaar op Twitter, met een cc aan Cora Otter en het verzoek om hier op te reageren. Ik hoopte eerlijk gezegd dat ze haar fout meteen zou toegeven en excuses zou maken. Dan had ik het laten rusten. Maar dat deed ze niet. Ze dook weg, belde boos met degene in haar partij die mij had geïnformeerd en nam contact op met wethouder Leon Meijer voor ruggesteun.

Daarom heb ik op 26 maart een officiële klacht ingediend bij het bestuur van de ChristenUnie Ede.

Een sommatie van de wethouder om op gesprek te komen

De ChristenUnie Ede sprong intussen in damage control modus. Eerst ontving ik per e-mail een verzoek van de secretaresse van wethouder Leon Meijer om op maandagmiddag 28 maart op het gemeentehuis te verschijnen voor een gesprek met Meijer, waarbij ook Otter zou aanschuiven. Niet de misstap van Otter maar mijn uitlatingen daarover op Twitter zouden het onderwerp van gesprek zijn, zo maakte ik op. Het gaf mij de indruk dat ík op het matje werd geroepen en dat het doel van dit onderhoud eigenlijk was om mij terug in het hok te krijgen. Bovendien een opmerkelijke belangenverstrengeling. Sinds wanneer gaat de Gemeente Ede over de misstap van een fractieleider?

Ik antwoordde dat Otter me gewoon kon bellen als ze iets recht wilde zetten. Omdat ik de week ervoor toevallig ook een interview met Meijer had aangevraagd over het Edese warmtenet, liet ik zijn secretaresse weten dat ik het gesprek daarover graag met hem wilde voeren. Dat schoot blijkbaar in het verkeerde keelgat, want van Meijer ontving ik op zaterdagavond tegen elf uur een tweede dringende ‘uitnodiging’ om op het gemeentehuis te komen praten over mijn tweets. Ik gaf vriendelijk aan dat ik best een gesprek met hem wilde voeren, maar graag wel gelijkwaardig en in de juiste context, dus niet als een ‘sommatie’ op het gemeentehuis.

ChristenUnie-bestuur heeft lak aan de eigen gedragscode

Van Meijer ontving ik geen enkele reactie op mijn tegenvoorstel. Ook belde Otter mij niet op. Na negen dagen ontving ik wel een reactie van het bestuur van de ChristenUnie Ede, bij monde van voorzitter Simcha Looijen.

Ik mailde terug:

Hier ontving ik geen enkele reactie meer op. Het is saillant dat voorzitter Looijen zich niet aan de eigen gedragscode van de ChristenUnie houdt die roddel, belediging en intimidatie expliciet afwijst en stelt dat bestuursleden wel degelijk verantwoordelijk zijn voor het gedrag van hun politici.

Een officiële brief van het College van B&W

Toen ik wethouder Meijer herinnerde aan mijn tegenuitnodiging, stuurde hij me op Goede Vrijdag deze brief, namens het College van B&W, op briefpapier van de Gemeente Ede:

Meijer had kunnen volstaan met een korte reactie per e-mail, maar maakte er een officiële brief van, mogelijk in de hoop stevige indruk op me te maken. Hij beweert met droge ogen dat ik tot twee keer toe zijn uitnodiging geweigerd zou hebben. Dat is een leugen en onze correspondentie bewijst dat. Een eenzijdig gesprek op zijn voorwaarden afdwingen en mij nu als ‘weigerachtig’ neerzetten is manipulatie. Ik mailde hem het volgende terug.

Zoals Meijer in zijn Twitter-tijd vaak reageerde met jijbakken en gaslighting, zo reageert hij per mail en brief ook. Vermoeiend.

Klachten (af)schuiven op het landelijk partijbureau

Mijn klacht heb ik doorgezet naar het landelijk bestuur van de ChristenUnie. De directeur van het partijbureau in Amersfoort, Anne Schipper, liet mij weten dat deze in behandeling zou worden gegeven bij de Geschillencommissie. Dit verbaasde me wel enigszins omdat op de website staat dat deze er is voor interne geschillen tussen ChristenUnie-leden, en ik ben geen lid van deze partij, zoals ze in hun database al hadden gezien. Misschien was het een bewuste keuze omdat Leon Meijer ook lid is van het landelijk bestuur, zodat de behandeling met voldoende afstand zou kunnen plaatsvinden?

Op 6 april mailde Schipper: “In overleg met de voorzitter van onze geschillencommissie zal ik bekijken op welke manier we je klacht gaan afhandelen.” En een week later, op 13 april: “In afstemming met de voorzitter van de geschillencommissie heb ik besloten om jouw klacht over te dragen aan deze commissie. Zij zullen beoordelen of je klacht ontvankelijk is. Als hiervan sprake is gaan ze vervolgens de verdere procedure in. Binnenkort ga je hiervan horen.” Op 15 april vulde ik mijn klacht nog iets aan. Ik was benieuwd of de procedures deze keer wel adequaat zouden worden toegepast, of dat we dezelfde afdekreflexen zouden zien.

De uitkomst liet drie weken op zich wachten. Op 29 april ontving ik van Dick van Vliet, de voorzitter van de Geschillencommissie, een brief met een ‘voorzittersbesluit’, opgesteld in formeel-juridische taal alsof het een uitspraak van de rechter betrof. Mijn ‘beroepschrift’ werd op de procedurele grond dat ik geen lid ben van de ChristenUnie ‘niet ontvankelijk verklaard’. Bizar dat je drie weken nodig hebt om vast te stellen wat aan het begin van de procedure al bekend was. “Tegen dit besluit staat geen hoger beroep of hogere voorziening open,” aldus Van Vliet. Als het landelijk partijbestuur, aan wie mijn klacht oorspronkelijk was gericht, zelf nog wilde reageren kon ze dat doen.

Ik mailde Anne Schipper, de directeur van het partijbureau, meteen terug:

“Deze reactie verbaast me. Het was toch vooraf al wel duidelijk dat mijn klacht helemaal niet bij de Geschillencommissie hoort omdat ik geen lid ben van de ChristenUnie? We zijn nu ruim een maand verder met procedureel geneuzel. Ik heb me niet voor niets gewend tot het landelijk bestuur of de integriteitscommissie. Vriendelijk verzoek mijn klacht alsnog door het juiste gremium te laten behandelen.”

Pas op 13 mei ontving ik een reactie. “Het betreft een lokale kwestie met een lokale bestuurder en een gedraging die te maken heeft met de lokale politiek,” schreef Schipper. “Het ligt dan voor de hand om dit ook op lokaal niveau op te lossen en ons vanuit het landelijk bestuur niet te mengen in deze kwestie. De afdelingen zijn namelijk een afzonderlijke juridische entiteit.” Dan had Simcha Looijen, voorzitter van de ChristenUnie in Ede, de zaak dus niet mogen afschuiven.

Schipper probeerde de minnelijke aanpak, alsof die in deze fase nog een redelijke optie is. “We kunnen er bij de afdeling voor pleiten dat zij samen met jou nogmaals een afspraak inplannen om de kwestie te bespreken. Op dat moment kunnen alle ins en outs in gezamenlijkheid worden doorgenomen, met als doelstelling om de verschillen van inzicht zo goed mogelijk uit de wereld te helpen. Meerdere uitkomsten zijn daarbij mogelijk. Uiteenlopend, van jullie zijn het eens, of jullie zijn het eens dat je het oneens bent.” Een heilloze weg omdat Otter en Meijer al duidelijk hebben laten merken dat ze hun eigen gedrag volstrekt normaal vinden en niet vinden dat ze daarop aanspreekbaar hoeven te zijn. Anders had Otter wel meteen haar excuses gemaakt, en had Meijer mijn redelijke tegenuitnodiging aanvaard.

Het ongemakkelijke gevoel drong zich aan me op dat er enkele mensen beschermd moesten worden en dat daar een procedure voor is gebruikt waarvan van tevoren bekend was dat dit een voor mij doodlopende weg zou opleveren. Misschien hoopten ze dat ik de handdoek in de ring zou gooien?

Ik mailde terug: “Het is te gek voor woorden dat dit nog steeds niet pro-actief is opgepakt en behandeld. Nogmaals verzoek ik je vriendelijk om mijn klacht aan de integriteitscommissie of het landelijk bestuur door te sturen en niet op eigen houtje te gaan bepalen dat ‘het goede gesprek de meest ultieme oplossing is in deze casus.’ Betrokkenen hadden me allang kunnen bellen voor dat ‘goede gesprek’. Is niet gebeurd. Als het lokaal niet adequaat wordt opgepakt omdat mensen elkaar de hand boven het hoofd houden moet er kunnen worden geëscaleerd naar een overstijgend niveau. Het terugsturen naar het lokale bestuur is voor mij dus niet acceptabel en geeft mij de indruk dat de behandeling van mijn klacht door het partijbureau bewust wordt getraineerd en ontmoedigd.”

ChristenUnie-leden zijn het zat en willen een ‘nieuwe bestuurscultuur’

We zijn inmiddels een week verder, en geen antwoord. Vandaag lees ik in meerdere landelijke kranten dat leden van de ChristenUnie op het partijcongres in Zwolle een motie hebben aangenomen, nota bene ingediend door een lid uit Ede, waarin de Tweede Kamer-fractie wordt opgeroepen het kabinet scherper te controleren op een ‘nieuwe bestuurscultuur’. Volgens De Telegraaf kreeg deze motie “een overweldigende meerderheid.” De NOS meldt: “De indieners betogen dat de partij medeverantwoordelijk is voor het in stand houden van een onbetrouwbare bestuurscultuur als bewindspersonen nooit een tik op de vingers krijgen. We moeten duidelijker zijn in het afkeuren van problematisch gedrag.”

Dat klinkt goed. Maar de ChristenUnie neemt – zoals wel vaker, en ondanks de steun aan twee desastreuze kabinetten Rutte – een ‘moral high ground’ in, alsof christenen de maatstaf zijn voor een nieuwe of betere bestuurscultuur. De bestuurscultuur hier in Ede is óók ongezond en mijn klacht over het niet-integere handelen van twee bestuurders wordt in alle lagen van de partij toegedekt. De enige die ‘een tik op de vingers’ krijgt is een aanhoudende journalist. Als je een nieuwe bestuurscultuur wilt, kan dat niet zonder de confrontatie aan te gaan met wat je ziet. Ik verwacht niet dat de ChristenUnie hierin de komende jaren het verschil gaat maken omdat ze binnen de eigen gelederen ook geen betere weg vooruit laat zien.

Terwijl partijleider Gert-Jan Segers traditiegetrouw Dietrich Bonhoeffer, de Duitse predikant die opstond tegen de Nazis, citeerde, liet voorzitter Ankie van Tatenhove van het landelijke bestuur van de ChristenUnie weten de ingediende motie te radicaal te vinden. Zij ziet de motie vooral als steun in de rug voor de Tweede Kamer-fractie. Dat er sprake zou moeten zijn van een ‘koerswijziging’ noemde zij volgens het AD “een groot woord.” Er gaat dus niet veel veranderen. De ChristenUnie is evengoed deel van een politiek systeem waarin gebrek aan integriteit liever wordt weggemoffeld dan dat er volmondig verantwoordelijkheid voor wordt genomen.

Vandaag heb ik het partijbureau schriftelijk laten weten dat ik mijn klacht over de ChristenUnie openbaar maak. Ik heb geen vertrouwen meer in de interne procedures van deze partij.

Tenslotte

Ik realiseer me dat mijn keuze om dit op scherp te zetten en open te gooien ongemakkelijk is voor de ChristenUnie. Als bestuurders meteen hun verantwoordelijkheid hadden genomen, was deze relatief kleine kwestie niet een hele casus geworden. Blijkbaar is “Het spijt me, ik heb een fout gemaakt, ik had dit anders moeten doen” iets dat ook christenen maar moeilijk over de lippen krijgen.

Welke lessen zou je hieruit kunnen trekken?

  1. Als je iets dwars zit, spreek dan altijd eerst mét de mensen in kwestie, niet óver hen.
  2. Steek als bestuurder gesprekken met burgers gelijkwaardig in, niet vanuit de ivoren toren.
  3. Als je een fout maakt (en wie maakt die niet), erken dat dan volmondig en zet het recht.
  4. De weg van damage control, traineren en afdekken is als het wrijven in een vlek, je maakt het daarmee alleen maar erger.
  5. Een nieuwe bestuurscultuur begint bij jezelf, door de standaard die je zet én uitleeft.

Zo komen we hopelijk tot ‘samenleven met aandacht’, om de campagneslogan van de ChristenUnie te citeren.

Cora Otter in de campagnevideo van de ChristenUnie voor de gemeenteraadsverkiezingen

NASCHRIFT: Op 30 mei ontving ik nog een brief van de voorzitter van het landelijk bestuur van de ChristenUnie, Ankie van Tatenhove. Hier heb ik kort op gereageerd. Voor de volledigheid en transparantie voeg ik deze bij.